PrivaSearch

Beleid

AI-beleid opstellen voor je organisatie: stappenplan met voorbeeld

Wat er in een AI-beleid hoort te staan, hoe je het in acht stappen opstelt, een fictief voorbeeld van beleidsregels en de fouten die je beter overslaat.

In het kort

  • Een AI-beleid legt vast welke AI-tools je organisatie gebruikt, welke gegevens erin mogen en wie daarover beslist.
  • Het werkt alleen als het kort is, voorbeelden geeft en een toegestane route biedt naast wat niet mag.
  • Het beleid staat niet los: het verwijst naar je verwerkingsregister, een eventuele DPIA en de training van medewerkers.
  • Een model of een gegenereerd document is een begin. Vaststellen en toetsen blijft werk van je eigen organisatie.
  • Plan een vaste herziening, want tools, abonnementen en regels veranderen sneller dan een jaarcyclus.

Wat staat er in een AI-beleid?

Een AI-beleid beschrijft welke AI-tools medewerkers mogen gebruiken, voor welke taken, met welke gegevens en onder wiens verantwoordelijkheid. Het regelt daarnaast wat er gebeurt bij een fout of incident, hoe medewerkers worden getraind en wanneer het document wordt herzien. Goed beleid past op een paar pagina's en is te begrijpen zonder juridische kennis.

Er is geen wet die letterlijk zegt dat je een document met de naam "AI-beleid" moet hebben. Wel zijn er verplichtingen die je zonder afspraken op papier moeilijk kunt nakomen. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) schrijft in haar waarschuwing over AI-chatbots en datalekken dat organisaties met hun medewerkers duidelijke afspraken moeten maken: mogen ze chatbots gebruiken, en zo ja, welke gegevens mogen ze wel en niet invoeren? Een AI-beleid is de plek waar die afspraken staan.

Wat het beleid niet is

Het is geen technische handleiding, geen verkooppraatje voor een tool en geen opsomming van wetsartikelen. Het is ook geen garantie. Een beleid dat niemand leest, verandert niets aan wat er in de praktijk gebeurt. Waarom dat gebruik vaak buiten beeld blijft, lees je in het artikel over shadow AI.

Welke onderdelen heeft een goed AI-beleid?

De tabel hieronder kun je gebruiken als inhoudsopgave. Elk onderdeel beantwoordt één vraag en heeft één eigenaar. Staat er bij een onderdeel geen naam, dan gebeurt het niet.

Tools: noem ze bij naam

"Gebruik alleen goedgekeurde AI-tools" is geen regel als nergens staat welke dat zijn. Noem de tool en het abonnement. Het verschil tussen een gratis account en een zakelijk abonnement van dezelfde aanbieder is groot, zie de vergelijking van abonnementen. Zet er een peildatum bij, want aanbieders passen hun voorwaarden geregeld aan.

Gegevens: werk met drie groepen

De meeste organisaties komen uit met een eenvoudige indeling.

Een uitwerking per soort gegeven staat in Mag je klantgegevens in een AI-chatbot zetten?.

Wie beslist?

Leg één route vast voor nieuwe tools en nieuw gebruik. Wie mag een aanvraag doen, wie toetst haar en binnen welke termijn komt er een antwoord? Duurt een aanvraag maanden, dan regelen mensen het zelf. Een termijn van een of twee weken voor eenvoudige aanvragen is haalbaar als de criteria vooraf vaststaan.

Incidenten melden

Een medewerker die per ongeluk een bestand met persoonsgegevens in de verkeerde tool heeft gezet, moet dat zonder drempel kunnen melden. De AVG vraagt bij een datalek om een melding aan de toezichthouder zonder onredelijke vertraging en, indien mogelijk, binnen 72 uur. Dat staat in artikel 33 van de AVG. Die termijn haal je alleen als de interne melding dezelfde dag binnenkomt. Hoe je beoordeelt of je moet melden, staat in Datalek via een AI-chatbot.

Training

Regels werken pas als mensen begrijpen waarom ze er zijn. Leg vast welke training iemand volgt voor hij toegang krijgt, hoe vaak ze wordt herhaald en waar je bijhoudt wie haar heeft gevolgd.

Hoe stel je een AI-beleid op in acht stappen?

  1. Wijs een eigenaar aan. Eén persoon die het document schrijft, laat vaststellen en bijhoudt. Geen werkgroep zonder trekker.
  2. Inventariseer het huidige gebruik. Vraag teams welke AI-tools ze gebruiken en waarvoor, zonder gevolgen voor wie eerlijk antwoordt. Je schrijft beleid voor de praktijk die er is, niet voor de praktijk die je hoopt aan te treffen.
  3. Bepaal je uitgangspunten. Wat wil je met AI bereiken, en wat wil je onder geen beding? Twee of drie zinnen van de directie geven de rest van het document richting.
  4. Kies de toegestane tools. Beoordeel per tool de overeenkomst, de instellingen en de plaats waar gegevens worden verwerkt. Waar je op let, staat in het artikel over de verwerkersovereenkomst.
  5. Schrijf de regels in gewone taal. Korte zinnen, de gebiedende wijs waar het een regel is, en bij elke regel een voorbeeld uit het eigen werk.
  6. Toets het concept. Leg het voor aan de privacyverantwoordelijke of functionaris gegevensbescherming, aan IT en aan twee of drie medewerkers die het moeten uitvoeren. Heeft je organisatie een ondernemingsraad, ga dan na of die betrokken moet worden.
  7. Stel het vast en maak het bekend. Een besluit van de directie, een datum en een versienummer. Bespreek het in een teamoverleg en koppel het aan de training.
  8. Plan de herziening. Zet een datum in de agenda, en benoem aanleidingen voor een tussentijdse herziening: een nieuwe tool, een incident, gewijzigde voorwaarden van een aanbieder of nieuwe regels.

Hoe lang duurt dat?

Voor een organisatie met enkele tientallen medewerkers is een eerste versie in een paar weken haalbaar, als de inventarisatie niet uitloopt. Wacht niet op een volmaakt document. Een eerste versie die drie tools en drie groepen gegevens regelt, is beter dan een concept dat een half jaar rondgaat.

Hoe ziet een voorbeeld van AI-beleidsregels eruit?

Hieronder staat een fragment uit het AI-beleid van een fictief adviesbureau, Bureau Voorbeeld, met achttien medewerkers. Het is een illustratie van toon en opbouw en geen model om over te nemen. De namen van tools zijn weggelaten: vul je eigen keuze in.

Wat opvalt: elke regel is in één keer te lezen, zegt wat je wel doet en niet alleen wat verboden is, en noemt een plek waar je terechtkunt. Regel 5 is bewust streng. AI inzetten voor besluiten over personen kan onder de AI Act zwaardere eisen meebrengen, en dat vraagt een aparte beoordeling.

Hoe hangt een AI-beleid samen met de AVG en de AI Act?

Het beleid is het voorblad van drie andere stukken. Het verwijst ernaar en herhaalt ze niet.

Het verwerkingsregister (artikel 30 AVG)

Artikel 30 van de AVG vraagt dat een verwerkingsverantwoordelijke een register bijhoudt van zijn verwerkingsactiviteiten, met onder meer de doeleinden, de categorieën van betrokkenen en van persoonsgegevens, en de ontvangers. Verwerk je persoonsgegevens met een AI-tool, dan hoort dat in het register: als nieuwe verwerking of als aanvulling op een bestaande, met de aanbieder als ontvanger. Voor kleine organisaties kent het artikel een uitzondering onder voorwaarden. Ga niet zonder meer uit van die uitzondering en vraag je privacyadviseur of ze voor jou geldt.

De DPIA (artikel 35 AVG)

Artikel 35 schrijft een gegevensbeschermingseffectbeoordeling voor als een verwerking waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van mensen, in het bijzonder bij nieuwe technologieën. De beoordeling doe je vóór je begint. Of jouw AI-gebruik eronder valt, hangt af van de gegevens en de schaal. Je beleid legt vast wie die afweging maakt en wanneer. De uitwerking staat in DPIA voor AI-tools.

AI-geletterdheid (artikel 4 AI Act)

Sinds 2 februari 2025 geldt artikel 4 van de AI-verordening. De tekst is in de zomer van 2026 aangepast door de digitale omnibus inzake AI. Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen nemen maatregelen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid van hun personeel te ondersteunen. Een bepaald niveau per persoon hoeven ze niet te waarborgen. Het hoofdstuk over training in je beleid is de plek waar je die maatregelen beschrijft. Wat dat voor werkgevers betekent, lees je in AI-geletterdheid is verplicht.

Wat het beleid niet vervangt

Het beleid is geen register, geen DPIA en geen verwerkersovereenkomst. Het zegt dat die er zijn, wie ze beheert en waar ze staan. Of je organisatie daarmee aan haar verplichtingen voldoet, is een oordeel dat je zelf vormt, zo nodig met een jurist of je functionaris gegevensbescherming.

Welke fouten worden vaak gemaakt?

Hoe merk je dat het werkt?

Aan gedrag, niet aan het document. Medewerkers stellen vragen voor ze iets nieuws proberen. Er komen meldingen binnen van kleine vergissingen. De lijst met toegestane tools groeit op aanvraag. Blijft het stil, dan is dat zelden een goed teken.

Wat PrivaSearch hierin doet

PrivaSearch is een zoeklaag voor documenten met persoonsgegevens: het pseudonimiseert, laat een collega het resultaat goedkeuren en maakt daarna zoeken met bronverwijzing mogelijk. Bij die omgeving hoort papierwerk, en een deel daarvan schrijft de omgeving zelf. Op de pagina over de AVG en de AI Act staat welke documenten dat zijn.

Een van die documenten is een AI-beleid. Volgens die pagina bestaat het uit dertien hoofdstukken over toegestaan en verboden AI-gebruik, rollen, incidenten en de classificatie onder de AI Act, met bijlagen voor de technische inrichting en een checklist voor medewerkers. Het wordt gemaakt uit één formulier, zonder taalmodel, en de inhoud volgt de daadwerkelijke inrichting van je omgeving. Er staat dus geen maatregel in die niet aanstaat.

Daarnaast krijg je een startdocument voor een DPIA, een regel voor je verwerkingsregister en een uitgeschreven grondslag met belangenafweging. Het zijn startdocumenten en geen juridisch advies. De rest van je verwerkingsregister, het advies van je functionaris gegevensbescherming en de formele vaststelling blijven van jou. Ga ook zelf na of het document al het AI-gebruik in je organisatie dekt, zoals e-mails herschrijven of vergaderingen samenvatten, en vul aan waar dat niet zo is.

De training uit het beleid zit in het product. Medewerkers volgen een korte AI-geletterdheidstraining met periodieke herhaling, en zonder geldige training opent de werkruimte niet. Hoe dat werkt, staat op de pagina over de werking. De koppeling met een AI-assistent werkt met Claude, ChatGPT Business en Mistral Vibe. Wat dat betekent voor de AVG, lees je op de pagina over AI-chatbots en de AVG.

Wil je de documenten zien voor je eigen situatie, vraag dan een demo aan.

Veelgestelde vragen

Is een AI-beleid wettelijk verplicht?

Geen wet schrijft een document met die naam voor. Wel vragen de AVG en de AI Act om zaken die je zonder vastgelegde afspraken moeilijk kunt regelen, zoals een register van verwerkingen, een beoordeling van risico's en maatregelen voor AI-geletterdheid. De Autoriteit Persoonsgegevens vraagt organisaties om duidelijke afspraken met medewerkers te maken over het gebruik van AI-chatbots. Een AI-beleid is de gangbare manier om dat te doen.

Hoe lang moet een AI-beleid zijn?

Zo kort als kan. Voor veel organisaties volstaan twee tot vier pagina's met regels, aangevuld met bijlagen voor de lijst van toegestane tools en de technische inrichting. De regels zelf moeten in een paar minuten te lezen zijn. Wordt het document langer, splits dan de regels voor medewerkers van de onderbouwing voor directie en toezichthouder.

Wie stelt het AI-beleid vast?

De directie of het bestuur, omdat het gaat om keuzes over risico's, budget en verantwoordelijkheid. De inhoud komt meestal van een eigenaar die samenwerkt met IT, de privacyverantwoordelijke of functionaris gegevensbescherming en een paar medewerkers uit de praktijk. Heeft je organisatie een ondernemingsraad, ga dan vooraf na of die een rol heeft, bijvoorbeeld als het beleid ook over het controleren van medewerkers gaat.

Kun je een AI-beleid laten schrijven door ChatGPT?

Je kunt een chatbot een opzet laten maken, maar het resultaat beschrijft een algemene organisatie en niet de jouwe. De tools, abonnementen, instellingen en verantwoordelijken moet je zelf invullen en controleren. Voer daarbij geen interne of vertrouwelijke gegevens in een tool in waarmee je niets hebt geregeld. Laat het concept toetsen door iemand met verstand van privacy voor je het vaststelt.

Hoe vaak moet je een AI-beleid herzien?

Plan minstens één vaste herziening per jaar en benoem aanleidingen voor een tussentijdse. Denk aan een nieuwe tool, een incident, gewijzigde voorwaarden van een aanbieder of nieuwe regels. In 2026 is bijvoorbeeld de tekst van de Europese regel over AI-geletterdheid aangepast. De lijst met toegestane tools en abonnementen verdient vaker aandacht, bijvoorbeeld elk kwartaal.

Wat is het verschil tussen een AI-beleid en een DPIA?

Een AI-beleid zijn de afspraken voor medewerkers: welke tools, welke gegevens, wie beslist. Een DPIA is een beoordeling van de risico's van één verwerking voor de mensen over wie de gegevens gaan, met de maatregelen die je daartegen neemt. De AVG schrijft een DPIA voor bij een waarschijnlijk hoog risico. Het beleid verwijst naar de DPIA, maar vervangt haar niet.

Verder lezen

  1. AI-governance: wie is waarvoor verantwoordelijk, van privacy officer tot directie?

    Wie beslist over AI-tools, wie beoordeelt de risico's en wie houdt toezicht? De rollen op een rij, met een eenvoudige overlegstructuur en een AI-register.

  2. Shadow AI: wat het is, hoe groot het risico is en hoe je het beheerst

    Medewerkers gebruiken AI-chatbots vaak buiten het zicht van de organisatie. Wat dat is, wat er mis kan gaan en hoe je er in stappen grip op krijgt.

  3. Microsoft 365 Copilot en de AVG: wat ziet Copilot van je SharePoint?

    Copilot toont wat een medewerker al mag openen, ook wat te ruim is gedeeld. Wat Microsoft vastlegt, wat de DPIA's zeggen en wat je vooraf regelt.

Zie in twintig minuten wat er met jouw documenten gebeurt.

We laten het zien met fictieve dossiers uit jouw branche: upload, herkenning, review, zoeken en de koppeling met je AI-assistent. Daarna weet je precies wat je team veilig kan gebruiken.

Plan een demo →